-nieuws en artikelen

'Total moet zich terugtrekken uit Birma'

Franse onderzoekscommissie laakt investering TotalFina in Birma

Door Hans van Scharen

Gepubliceerd in De Morgen in 1999

TotalFina zou zich moeten terugtrekken uit Birma. Dat vindt een Franse parlementaire onderzoekscommissie.

De oliebedrijven Total en Unocal hebben niet vrijwillig gebruik gemaakt van dwangarbeid om hun pijpleiding in Birma te bouwen, maar hebben er door de totale militaire controle in het gebied wel van geprofiteerd. De aanwezigheid van deze bedrijven in Birma is dan ook ongunstig en de investering zou moeten worden bevroren.

Dat is een van de vele scherpe conclusies van de Franse parlementaire onderzoekscommissie die ‘de rol van oliemaatschappijen in de internationale politiek en hun invloed op ecologisch en sociaal vlak’ bijna een jaar lang onder de loep nam. Gisteren stelde de commissie haar rapport – ‘Pètrole et Ethique: une conciliation possible ?’ – voor aan de media. Daags voordien keurde een meerderheid van de parlementaire commissie buitenlandse zaken het rapport goed, waardoor het nu een publiek en officieel parlementair rapport is. Het in praktijk brengen van veel van de conclusies en aanbevelingen wordt echter nog een politieke strijd, erkende commissievoorzitster Marie-Hélène Aubert gisteren.

De commissie onderzocht naast de verhouding tussen internationale politiek en het oliebedrijf ook twee specifieke dossiers: de investering van Total in het militair bestuurde Birma en die van Elf Aquitaine in Tsjaad-Kameroen. De aangekondigde fusie tussen de twee Franse oliebedrijven maakte het onderzoek alleen maar delicater. De commissie baseerde zich voor haar rapport op bezoeken aan Birma en Tsjaad, stapels eerder verschenen rapporten en boeken en verhoren van hoge ambtenaren, zakenlui, gespecialiseerde journalisten en schrijvers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties.

In navolging van de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi beweren vele organisaties dat de investeringen van de oliebedrijven het fundament voor het totalitaire regime vormen. Albert Frère – via Petrofina grootaandeelhouder in TotalFina – zei op 18 september in deze krant dat de investeringen van TotalFina in Birma “de sociale en economische vooruitgang en naleving van mensenrechten helpen bevorderen”. De Franse commissie constateert dat dit niet zo is: “(…)De situatie (in Birma, hvs) verandert dus niet. De aanwezigheid van een buitenlands bedrijf in een dergelijke (maatschappeljike, hvs) context is verre van wenselijk, zowel voor de toekomst van de democratie in Birma als voor het imago van die bedrijven zelf”.

De aanwezigheid van TotalFina-Elf, de vierde oliemaatschappij ter wereld, is volgens de commissie bovendien dan ook schadelijk voor het imago van zowel Frankrijk als van het bedrijf zelf. Het bedrijf stelt zich dan ook bloot aan boycotacties.

TotalFina-woordvoerder Michel Delaborde erkende gisteren in een reactie dat dwangarbeid in Birma voorkomt: “Wij zijn niet blind. Maar het is niet de taak van ons bedrijf om daar iets over te zeggen. Daar zijn internationale politieke instanties voor. Ieder zijn verantwoordelijkheid.”

Delaborde ontkende dat TotalFina ook maar heeft geprofiteerd van dwangarbeid: “Er is noch sprake van dwangarbeid, noch van schending van andere mensenrechten op onze terreinen.” Delaborde verzekerde gisteren dat TotalFina zich aan de wet houdt. “Als er een politieke boycot zou komen, stoppen wij direct al onze investeringen in Birma. Wij investeren alleen in een land als dat toegestaan is door Frankrijk, Europa en de VN. Dat is voor Birma het geval.”

De onderzoekscommissie stelt in het algemeen vast dat zo de Golfstaten dan al rijk mogen zijn dankzij olie, de ontginning van deze voor de bevolking van de meeste landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië weinig goeds heeft opgeleverd.

Download en lees ook: De buitenlandse politiek van Elf en Total

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.

© Hans van Scharen | contact |