-nieuws en artikelen

India viert 60 jaar onafhankelijkheid

De grootste democratie ter wereld viert deze week feest ter gelegenheid van 60 jaar onafhankelijkheid. Het gaat economisch zo goed dat India na China het volgende economische wonder wordt genoemd. Zij het dat vele duizenden mensen de verjaardag vieren met natte voeten en honderden miljoenen armen sowieso niets te vieren hebben.

Gepubliceerd 17 augustus 2007 op MO.be

Door Hans van Scharen/One World Asia

Er gaat geen dag voorbij of er staat wel een bericht over het Indiase economische wonder in een van de katernen van een dagblad. Stond India eind jaren tachtig nog bekend als een arm en vervuild land, hoogstens toevluchtsoord van westerse hippies, nu oogst het enorme land alleen nog superlatieven en beate bewondering. Een automatiseringsbedrijf dat niet al lang en breed in India zit, kan het eigenlijk wel vergeten, zo luidt de teneur.

De economische opmars van de op twee na snelst groeiende economie ter wereld, met groeipercentages van 8 tot 9 procent, is natuurlijk ook opzienbarend. Maar de nieuwe supermacht in wording, als welkom evenwicht naast die andere reële supermacht in wording China, roept ook vragen op.

Indiase renaissance

Zoals hoe de Indiase renaissance eigenlijk tot stand kwam? India-expert en onderzoeker van het Instituut Clingendael in Den Haag, Roel van Veen, onderscheidt interne en externe factoren die ‘de opmars van de olifant’ van de laatste vijftien jaar in gang hebben gezet. Extern was er de eerste golfoorlog in 1990, waardoor duizenden Indiase gastarbeiders uit de golf terugkeerden, waarmee een belangrijk deviezenstroom (remittances) opdroogde. Er was het Golfoorlog-effect van de dure olie en het feit dat India in die periode (einde van de Koude Oorlog) een belangrijke afzetmarkt verloor: de Sovjet-Unie.

Intern was er veel onrust: de grote roerganger Rajiv Ghandi werd vermoord, waarmee een nieuwe regering aantrad. Tot veler verrassing koos deze regering – geholpen door internationale omstandigheden – hier en daar voor een koerswijzigingen tégen de politieke en economische tradities in. Dat was deels te wijten aan bepaalde politici zoals Manmohan Singh die in het buitenland hadden gestudeerd en invloedrijke hindoe-zakenmensen.

Het ‘lot’ lijkt te hebben bepaald dat de economische hervormingen ook zijn gelukt, tegen de sterke traditionalistische onderstroom van India in, stelt van Veen. Net als in China vertonen in India zowel strikte Hindoes van de BJP als de leden van de Communistische Partij een mooi schisma tussen enerzijds de ideologische retoriek en anderzijds het beleid. Of ze weten die twee juist pragmatisch te combineren.

De grote vraag is of het traditionalistisch ingestelde India de razendsnelle vooruitgang op sociaal vlak wel zal aankunnen? En of de zoete druiven van de economische boom, wel doorsijpelen naar de enorme onderlaag van honderden miljoenen armen? Het antwoord op die laatste vraag lijkt tot nog toe negatief, ondanks het ontstaan van een sterke middenklasse.

Messcherp rapport

Uitgerekend in de feestweek van de onafhankelijkheid kreeg premier Singh een rapport aangeboden van de ‘National Commission for Enterprises in the Unorganized Sector (NCEUS)’, die de arbeidsomstandigheden in de gigantische informele sector moest onderzoeken. Het rapport (Report on Conditions of Work and Promotion of Livelihood in the Unorganised Sector) onderzocht data tussen 1993 – 2004 en is messcherp. Ondanks de economische groei leven 836 miljoen Indiërs in bittere armoede, in concreto van een gemiddelde aalmoes van 20 roepia per dag. Liefst 86 procent van alle arbeiders of werknemers in de informele sector werken zonder enige vorm van sociale bescherming en in slechte omstandigheden.

Een extra gevoelige factor voor India’s heersende elite is dat de meerderheid van deze informele, ongeletterde werknemers vaak dalits of onaanraakbaren en moslims zijn. De huidige Indiase overheid richtte de NCEUS juist in 2004 op om te zien in hoeverre er maatregelen genomen moeten worden voor de enorme groep niet beschermde werknemers. De NCEUS bepleit inderdaad betere arbeidsreglementering en minimumlonen, hetgeen én goed voor de economie én goed voor armoedebestrijding zou zijn.

Het feit dat duizenden Indiërs de verjaardag van hun land met natte voeten of opeengepakt moeten vieren door de hevige moesson, vaak verstoken van enige hulp, zegt iets over de enorme kloof die er in dit land bestaat tussen het in zakenkranten bejubelde economische wonder en de armoede op platteland. De olifant danst prachtig, maar wel op een slap koord.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.

© Hans van Scharen | contact |