-nieuws en artikelen

Soedan is een labyrint

Kapotgeschoten, verbrand en verkracht. De horror in Darfur. Moordlustige islamitische, Arabische milities versus arme christelijke Afrikanen. Soedan geldt in de internationale opinie vandaag als de moordkuil van Afrika, maar zoals steeds is ook hier de realiteit een stuk veelzijdiger dan het cliché dat als kleingeld rondgaat. Hans van Scharen reisde door de wirwar van tegenstellingen in het land.

Gepubliceerd in MO, juli 2007

Khartoum - Als waren ze lichtbakens in een donkere woestijn; Op de binnenplaats voor een monumentaal pand in de Soedanese hoofdstad Khartoum zitten honderden mannen in witte djelabah en tulband. Ze worden beschenen door de volle maan, het is tien uur ’s avonds en nog steeds veertig graden Celsius. Alleen het onderwerp van deze avond is niet zo zwoel: Darfur. De westelijke provincie waar volgens het Witte Huis een genocide aan de gang is. Zeker is dat er bij het gewapende conflict – begonnen nadat Fur-rebellen in februari 2003 de wapens opnamen uit protest tegen de decennialange verwaarlozing en arabisering van Darfur - al ongeveer 200.000 burgers omkwamen en zeker de helft van alle inwoners van Darfur (6 miljoen) op de vlucht zijn en in opvangkampen leven.

Pats! Plots floept het licht uit. In no time branden er kaarsen en beschijnen de koplampen van een auto het podium. Ook de microfoon op het podium werkt niet meer, een megafoon biedt uitkomst. ‘Typisch,’ zucht een eveneens in het wit geklede, en op leeftijd zijnde Sadiq Bado Minmir. Hij is bestuurslid van de religieuze Umma-partij, die deze avond organiseerde. ‘Dat juist nu de electriciteit uitvalt is geen toeval. Het gebeurt namelijk elke keer als wij iets organiseren,’ zegt Minmir.

Zowel vanuit de internationale gemeenschap als van binnenuit is er druk op het militaire regime van president Omar el Bashir. Zijn voormalige religieuze steunpilaar van de met de Moslim Broederschap vergelijkbare islamistische National Islamic Front, geleid door de sluwe vos Hassan el-Turabi, spant samen met de Umma-partij. Tegelijkertijd spelen zowel internationaal als intern ook altijd dubbele agenda’s, hetgeen van Soedan een wreed politiek-economisch labyrinth maakt.

‘Vorig jaar werden we bij een demonstratie omsingeld door de veiligheidstroepen en vielen er doden.’ Minmir, als ingenieur opgeleid in Oxford, relativeert de ruimte die de oppositie krijgt: ‘Het is vooral bedoeld als façade voor de internationale gemeenschap. In zekere zin heeft de druk dus ook wel een effect. Maar in realiteit wordt het werken ons moeilijk gemaakt en zijn al onze bezittingen in beslag genomen. Democratie in Soedan is een wel héél mager beestje.’

De ‘witte mannen’ op de binnenplaats zijn leden of sympathisanten van allerlei politieke oppositiepartijen en maatschappelijke organisaties. Sprekers roepen gepassioneerd dat het moorden in Darfur moet stoppen. Ze ondertekenen een overeenkomst waarin ze de overheid in Khartoum oproepen om snel een einde aan de oorlog te maken. Minmir: ‘Er moet een dialoog binnen Soedan op gang komen. Daarom is deze politieke eensgezindheid van belang. We willen een conferentie in Darfur zelf, om te komen tot een vreedzame oplossing, een eind aan de genocide en schendingen van mensenrechten, terugkeer van vluchtelingen, compensatie voor de slachtoffers en de schuldigen berechten.’

Er was sinds 2005 ook een vredesakkoord tussen de Sudanese Liberation Movement (SLM) en Khartoum. Maar de vrede duurde net zo kort als het regenseizoen in de Sahel. Allerlei rebellengroepen splitsten zich af van de SLM, de door Khartoum bewapende Janjaweed-milities plunderden en verkrachten weer en al snel bombardeerde ook de overheid opnieuw weerloze dorpen tot zwarte cirkels in de woestijn.

Op de binnenplaats houdt de ene na de andere spreker een betoog tegen de wreedheden in Darfur. Alles goed en wel. Maar is het niet dezelfde Umma-partij die al sinds de onafhankeljikheid van land in 1956 vaak regeerde? En is het niet de Umma onder leiding van Sadiq el-Mahdi die midden jaren tachtig een Militaire Overgangsraad vormde en begon met het bewapenen van de Baggara (Arabieren) in Zuid-Soedan en andere etnische groepen, en die een vrijgeleide kregen om de Nuba en andere (opstandige) volken in het zuiden te terroriseren? En ook toen al waren het politici en militaire leiders uit het noorden die commerciële belangen hadden bij het voortduren van de oorlog. Een politiek die later herhaald is in Darfur door het regime van Bashir. Minmir reageert verontwaardigd op de vraag: ‘Wat een bedrieglijke onzin! Midden jaren tachtig was de bewapening van de People’s Defence Forces in Zuid-Soedan nodig omdat het Soedanese leger in een slechte staat verkeerde en burgers zich moesten kunnen verdedigen tegen de rebellen (lees SPLA).’

Het zijn de People’s Defence Forces die qua wreedheid de voorlopers van de beruchte Janjaweed waren. Het was ook de Umma, die samen met NIF en anderen manu militair streed voor een volledige islamisering van heel Soedan. Maar volgens Minmir zijn ze van gedacht veranderd: ‘Wij geloven in burgerschap, dat niet is gebaseerd op één staatsreligie, etniciteit of cultuur. Eén van de grootste misdaden van dit regime is juist dat ze de islam misbruikt voor haar oorlogen. De gewone mensen zijn die verschrikkelijk kostbare oorlogen beu. Maar de Darfur-crisis breidt zich nu al uit naar Oost-Kordofan.’ ‘Ach, Mahdi is een intelligente, gladde aal, die nu tolerantie en transparantie preekt, maar die wel het lont in het kruitvat Darfur heeft gestoken,’ zegt een VN-medewerker.

Iets waar het regime van Bashir dan weer niets aan kan doen is klimaatverandering. Het conflict in Darfur wordt ook wel ‘de eerste klimaatoorlog’ genoemd. Door toenemende droogte raakt het delicate evenwicht tussen landbouwers en veetelers verstoord. Minmir: ‘In de driehoek Soedan, Tsjaad en Libië is er een strijd gaande om land, water, grondstoffen en macht. Dat brengt het voortbestaan van Soedan in gevaar. Het is van belang dat Soedan één land blijft. Kijk naar mij: ik heb een Afrikaanse huid en een Arabische cultuur. Duizenden jaren hebben veehouders en boeren, verschillende volken vreedzaam samengeleefd. Maar door het met geweld tegen elkaar opzetten van stammen wil de huidige regering macht en controle over de grondstoffen behouden. De conflicten gaan over macht en grondstoffen en zeker niet alleen olie.’

Wat dat betreft is Minmir niet erg hoopvol: ‘Er zijn sterke geruchten dat Fransen en Duitsers uranium willen exploiteren in Zuid-Darfur.’ Het zijn meer dan geruchten: de bodem in Darfur verbergt effectief forse onontgonnen voorraden olie, goud, koper en uranium. Vele landen, ook westerse spelen achter de schermen een strategisch spel om de consessies. Gewone logica telt hier niet. Soedan is zo groot als West-Europa, heeft absurde grenzen die Europa in 1885 vastlegde, is centraal, strategisch gelegen tussen Centraal-Afrika en de Arabische invloedsfeer in. In de jaren negentig bereidde Osama bin Laden er rustig zijn al Qaeda plannen voor en verzamelde hij een fortuin via zijn investeringen in de gomproductie. En tegelijk werkt de Amerikaanse inlichtingendienst CIA al jaren goed samen met de Soedanese inlichtingendienst Mukhabarat.

‘Khartoum is booming, while Darfur is burning’ vertelt een Belgische zakenman. Soedan heeft een waterhoofd. Decennialang investeerden de machthebbers alleen in groot-Khartoum, terwijl in de rest van het land bijna niets gebeurde. Ook dat wanbeleid voedde de gewapende opstanden in West-, Zuid-, en Oost-Soedan.

Tijdens ons verblijf in Khartoum opent president el Bashir er met veel luister een van de modernste ziekenhuizen van Afrika. In vergelijking met de medische zorgen in Darfur of Zuid-Soedan staat dit ziekenhuis als het Hilton-hotel tot een golfplaten hut.

Alsof er geen oorlog woedt, wordt er wel enorm veel geïnvesteerd, niet in het minst door de Chinezen. De zakenman: ‘De Europese zakenlui verwelkomen de Chinese investeringen, er is een duidelijke economische groei.’ Aan de receptie van het Hilton begroet een Soedanees op vriendschappelijke wijze de persoon aan de andere kant van de balie. In zijn hand een lijst met veertig Chinese namen. Volgens onderzoeker Cleophas Lado van de universiteit West Cape zijn de Chinese investeringen enorm: ‘China heeft zwaar geïnvesteerd in Soedan. China heeft voor een waarde van 20 miljard dollar aan ontwikkelingsprojecten en infrastructurele werken opgestart, waaronder waterdammen, waterkrachtcentrales, textielfabrieken en landbouwprojecten. China beloofde 750 miljoen dollar bij te dragen aan de bouw van een nieuwe internationale luchthaven in Khartoum.’ Volgens Lado is China al sinds begin jaren negentig één van Soedan’s belangrijkste wapenleveranciers: ‘In 1990 ondertekende de overheid van soedan een deal ter waarde van 400 miljoen dollar, waarbij China wapens levert aan Soedan in ruil voor katoen.’ Het grote voordeel van Chinese wapens: ze zijn goedkoop en er worden geen vragen gesteld.

Maar volgens diplomaten begint China in te zien dat hun investeringen in landen als Soedan ook internationale verantwoordelijkheid met zich meebrengt. ‘Darfur hangt als donkere wolk boven de Olympische Spelen. Door Amerikaanse publieke druk dreigt Spielberg die een film over de Spelen gaat maken, de Leni Riefenstahl van China te worden. Het feit dat het regime van Bashir nu toch een samenwerking tussen de vredesmacht van de Afrikaanse Unie en VN zouden accepteren, is vooral te danken aan Chinese druk,’ aldus een westers diplomaat.

Minmir hecht weinig geloof aan de bereidheid van Bashir : ‘Het Soedanese regime is een kampioen in het zichzelf tegenspreken en koopt steeds weer tijd. Terwijl de mensen in en uit Darfur lijden, schendt de overheid de vredesakkoorden die ze zelf in 2005 ondertekende. Intussen hebben landen als Iretrea, Tsjaad en Libië hun eigen agenda, net als de internationale gemeenschap.’ Sommige bedrijven uit landen als China en Maleisië profiteren volgens hem van de zwakke positie van de Soedanese overheid: ‘Er loopt al een tijdje het sterke gerucht dat de overheid tegen een tekort van 2 miljard dollar aankijkt en daarom een lening probeert los te krijgen van die landen. De internationale gemeenschap moet druk blijven uitoefenen. En via het hier ondertekende charter doen wij hetzelfde.’

Ook aanwezig op de binnenplaats in Khartoum is Elshafi Khidir, leider van de communistische partij, en ook hij vindt het charter belangrijk: ‘Voor het eerst verenigen politici en organisaties uit Darfur zich over partijgrenzen heen en worden er praktische zaken geëist, zoals onderhandelingen in Darfur zelf, mét iedereen, inclusief de leiders van de Janjaweed. De crisis wordt steeds erger en is out of control.’ Maar Khidir is ook realistisch met zijn verwachtingen: ‘De democratische oppositiekrachten zijn niet sterk genoeg om de overheid te verpletteren. En omgekeerd. We hebben dus geen andere keuze dan praten. Als we dit niet binnen afzienbare tijd oplossen zal de hoofdstad van Darfur, el Fasher imploderen.’

El Fasher - Al bij de eerste stappen op de landingsbaan van El Fasher, de centraal gelegen hoofdstad van Darfur, is duidelijk dat dit een oorlogsgebied is. Veel soldaten en veiligheidsmensen. Op de tarmac staat een Russische MI-24 gevechtshelikopter. Wie hier foto’s wil maken krijgt snel overheidsmensen op zijn dak. Officieel ontkent de overheid dat die toestellen door Rusland zijn geleverd. ‘En daags voor onze komst is er door rebellen niet ver van El Fasher een MI-24 met een mortiergranaat neergehaald’, zegt een westerse waarnemer. Fotograaf Jimmy Kets slaagt er in een wit Antonov-vrachtvliegtuig te fotograferen. Dat levert bewijsmateriaal op voor de stelling van mensenrechtenorganisaties als Amnesty International dat de overheid bewust toestellen wit verft om ze op VN-vliegtuigen te doen gelijken. De Antonovs dienen niet voor voedselpaketten maar voor wapenleveranties en mogelijk zelfs bombardementen. Volgens AI overtreden Rusland en China het wapenembargo, door Soedan voor tientallen miljoenen dollar aan wapens te leveren.

Tijdens een bijeenkomst met minister Karel De Gught, leest de gouverneur van de provincie el Fasher, Mohamad Youssef Kebir, ridicuul klinkende misdaadstatistieken voor. Zijn centrale boodschap, druk op Soedan zal averechts werken en de situatie is nu toch al onder controle: ‘Er is hier nooit sprake van genocide geweest. We hadden wel wat problemen met moorden, verkrachtingen, diefstallen en kapingen, maar de situatie is veilig en onder controle. De situatie is verergerd door internationale inmenging, werd uitvergroot door de media. En: de humanitaire situatie in de vijf vluchtelingenkampen is goed.’

Hulpverleners en vluchtelingen vertellen een ander verhaal. Een humanitair medewerker: ‘Minder misdaden? Er vált simpelweg minder te plunderen en te moorden omdat grote delen van het platteland in Darfur leeg zijn. Dorpen worden minder vaak platgebrand omdat dit teveel opvalt. In augustus was er nog een offensief: eerst de Antonovs en gevechtshelikopters van de overheid en dan de Janjaweed met een grondoffensief.’

Een vluchtelingenkamp bezoeken vanwege de veiligheidssituatie onmogelijk, vertelt een VN-hulpverlener: ‘Vluchtelingen die in de kampen met journalisten spraken, werden nadien in de cel gegooid. De kampen zelf zitten vol rebellen en wapens. Gezien de humanitaire toestand is de toestand explosief.’ Een Europees politieman die Amis-agenten opleidt: ‘Ik heb al vaak mensen met AK 47’s uit het kamp gezet. Want wapens in combinatie met de frustraties en trauma’s én de zelfgestookte alcohol is een gevaarlijke cocktail. En wij lopen ongewapend rond.’

Buiten de kampen is de situatie al helemaal precair: ‘Ironisch genoeg is de situatie sinds de vredesakkoord tussen Khartoum en de Sudan Liberation Movement, van mei 2006 alleen maar verslechterd. Het geweld is in heel Darfur geëscaleerd. Begin 2006 konden we nog overal humanitaire hulp verlenen. Nu nog maar in 60 procent van de gebieden. Een kwart van de hulpbehoevenden konden we niet bereiken. Amis kon de vluchtelingen nog beschermen, nu niet meer door totale demoralisering én het geweld. Sinds juli 2006 tot maart 2007 werden er 56 humanitaire konvooien aangevallen, werden 12 hulpverleners gedood, meerdere en 40 kampen aangevallen. Er is effectief een patroon van toenemende aanvallen op vredestroepen.’

Zelfs tussen de barakken in het kamp van de Afrikaanse vredesmacht Amis klinken er al niet veel vrolijker geluiden. Een VN-medewerker vertelt: ‘Amis heeft een zwak en algemeen geformuleerd mandaat, en ontbeert goede commandostructuren. Rwandese soldaten nermen geen andere orders aan dan die uit Kigali.’

Maar het ergste is, dat de meeste Amis-soldaten al sinds medio vorig jaar niet betaald worden. Maar de Afrikaanse Unie krijgt hiervoor toch veel geld van de Europese Unie, waar blijft dat geld? ‘Dat zweeft ergens tussen Addis en Khartoum,’ antwoord een VN-mederwerker cynisch. Het heeft weinig zin om internationaal te praten over een uitbreiding van de Amis-vredesmissie in Darfur als de huidige soldaten niet betaald worden, zegt de Ghanese militair Benjamin. ‘als er niet snel een oplossing komt, zal er geen Afrikaanse soldaat meer wíllen komen.’

Enkele jonge Gambiaanse soldaten bij een wachtpost, doen hun beklag: ‘We zijn hier sinds december en hebben nog niet één maand uitbetaald gekregen. Protesteren helpt niet. Bovendien komen we hier om de mensen te beschermen en dan vallen ze ons aan. Twee weken geleden werd hier vlakbij onze compound een Ghanees doodschoten bij een gewapende aanval. We zijn blij dat we eind van de maand naar huis kunnen.’

Mohammed Youssef geeft toe: ‘Hier en daar zijn nog enkele problemen met facties die dreigend gedrag vertonen en auto’s kapen en mensen ontvoeren.’

Een vluchteling uit Jebel Mara, het hart van de Fur-opstand in 2003, leeft nu in één van de kampen in el Fasher: ‘Ik kom uit het dorp Korman. Een eerste keer op 27 februari 2004 en dan op 16 maart 2004. Zelfs de facties die het vredesakkoord ondertekenden vielen ons opnieuw aan in juli 2006. Dat weet ik omdat enkele van mijn dorpsgenoten terug waren gegaan. Een gevaarlijke tocht. De nomadische Janjaweed zijn goed bewapend en nemen ons land in. Niemand durft hen aan te pakken. De overheid kan wel zeggen dat het veilig is, maar wij ervaren dat niet zo.’ En ook in de kampen is de situatie heel moeilijk vertelt een vrouw, die haar man en drie kinderen verloor: ‘We voelen ons als geketende dieren. We kunnen het kamp niet veilig verlaten. We willen bescherming.’

Ook VN-hulpverleners vrezen voor een implosie van El Fasher. De vluchtelingenkampen zitten er nu al overvol. ‘Er zijn nu drie kampen met in totaal 144.000 vluchtelingen, waar we eigenlijk geen mensen meer kunnen toelaten. Een vierde kamp wil de overheid niet openen. De kampen zitten vol met aanhangers van rebellenleider Miniwani. Als hij zich terugtrekt uit de DPA, dan is El Fasher plots omringd door 200.000 aanhangers van de rebellen!’

‘Bovendien als de vredesmacht zoals voorgesteld zal worden uitgebreid tot 20.000 vredessoldaten dan hebben we pas écht een probleem,’ vertelt een VN-man, ‘want nu al daalt het waterpeil héél snel. In het kamp Abushouk met 54.000 vluchtelingen hebben we 33 hand waterpompen, waarvan er al 9 droog zijn gevallen. De watervoorziening wordt een groot probleem. We durven er eigenlijk niet eens aan denken.’

Een ander probleem van de op til zijnde uitbreiding van de Amis-Unmis vredesmacht in Darfur is dat die ten koste zal gaan van beschikbaar materiaal en personeel voor het bewaken van de al even fragiele vrede in Zuid-Soedan. Die vrede (Comprehensive Peace Agreements) werd in januari 2005 getekend tussen de SPLA van John Garang en Khartoum. Sinds 1956 was het constant oorlog in Zuid-Soedan, met een tussenpose tussen 1973 en 1983. Balans: twee miljoen doden. En een getraumatiseerd stuk Soedan dat van nul moet beginnen.

Juba Onze vrede, ons land, onze olie, onze vrijheid,’ staat op een groot bord bij de kleine luchthaven van Juba, de hoofdstad en regeringscentrum van de overheid van Zuid-Soedan. Ook in dit volkomen Afrikaanse deel van Soedan, lijkt alles te draaien om olie. Er is weliswaar een vredesovereenkomst met Khartoum, maar de exacte afbakening van de grens tussen Noord en Zuid-Soedan is nog niet rond. Met name in de olierijke gebieden als Abijei. En het is volgens diplomaten en VN-waarnemers niet toevallig dat in december het zwaarste gewapende conflict plaatsvond in Malakal, één van de olierijke gebieden, waarbij mogelijk honderden mensen omkwamen. Het is de plaats waar het Amerikaanse Chevron eind jaren zeventig olie vond en waar Khartoum lokale milities bewapende om die oliebronnen te bewaken. Het waren die milities die opnieuw ‘botsten’ met de SPLA.

In juli 2007 moet duidelijk worden waar de grenzen liggen, en moet het Soedanse leger overal zijn teruggetrokken. Volgens het VN-commando in Juba is dat in de meeste gebieden volgens afspraak gebeurt, behalve in de paar olierijke ‘grijze’ gebieden.  ‘Waarom zou Khartoum haast maken met het afbakenen van die grens,’ vraagt de diplomaat, ‘als het toch al duidelijk is dat Zuid-Soedan zich onafhankelijk zal verklaren bij het in het vredesakkoord voorziene referendum in 2011.’     

 

De wederopbouw na een halve eeuw vernietiging verloopt bijzonder traag. In de hoofdstad Juba is men nét begonnen met het aanleggen van degelijk wegen. Voor de rest is er niets: zelfs geen schoon drinkwater en amper electriciteit. De universiteit van Juba is na decennia sinds enkele maanden weer open. België bracht er 60 nieuwe computers. ‘Fantastisch,’ zei een oprecht ontroerde directeur, ‘maar ons drinkwater halen we noodgedwongen uit de Nijl, met alle ziekten tot gevolg.’

De internationale gemeenschap heeft onvoldoende oog voor de wederopbouw, klaagde ex-VN-gezant Jan Pronk. Het probleem is dat de burgers onvoldoende resultaat zien van de vrede, hetgeen de kans op oplaaiende conflicten vergroot. Op een donorconferentie in Oslo zegde de internationale gemeenschap honderden miljoenen dollar toe, maar daar is nog weinig van naar Zuid-Soedan doorgesijpeld. ‘Er zit 250 miljoen dollar in een Multilateral Trust Fund beheerd door de Wereldbank, maar het probleem is dat de bank onvoldoende capaciteit heeft om het uit te geven én dat de GOSS (Government of South Sudan) nu al wordt verdacht van corruptie. In 2006 had de GOSS 700 miljoen dollar aan olie-inkomsten, het is onduidelijk waar dat geld is gebleven,’ aldus een diplomaat. In ieder geval niet bij het ziekenhuis met 550 bedden. Hoewel er veel opgeknapt wordt is er een chronisch gebrek aan personeel. ‘Het Rode Kruis zorgt nu nog voor extra artsen en chirurgen, maar die gaan in september weg. Daarna weten we niet wat me moeten doen, met maar één chirurg voor miljoenen mensen. Een gebrek aan opgeleide mensen is een groot probleem. De universiteit is weer open, maar een medische opleiding duurt zes jaar,’ aldus dr.Jamal.

De uiterst strijdbare ambtenaar Julia Aker Duany is verbonden aan het ministerie van parlementaire zaken bevestigt de urgentie van sterke instituties: ‘Zwak leiderschap is een probleem. We moeten de politici ter verantwoording kunnen roepen. En dus hebben we een sterk parlement nodig. Veel mensen denken: de oorlog is voorbij, alles is OK. Maar we hebben een nieuwe manier van denken nodig en moeten een staat van de grond op opbouwen. Dat kost tijd. Maar al te veel tijd hebben we niet.’

Brussel – Dankzij het politieke en ander geweld, zou je over het hoofd zien dat er ook Soedanezen zijn die aan vrede werken. We ontmoeten mensenrechtenactivist Mudawi Ibrahim Adam in 2001 mede-oprichter en voorzitter van de onafhankelijke organisatie SUDO (Sudan Social Development Organisation) in de lokalen van de Koning Boudewijn Stichting in Brussel, waar hij een prijs voor zijn werk ontving.

SUDO houdt zich zowel bezig met mensenrechtenwerk als met vredesopbouw door te investeren in projecten rond watervoorziening en gezondheidszorg. De organisatie is ook actief in Darfur en verleent er humanitaire hulp aan de duizenden vluchtelingen. Dr. Mudawi is met zijn organisatie erg actief om in deze geteisterde regio, samen met verschillende bevolkingsgroepen en stammen allerlei vredesbevorderende en verzoenende projecten van de grond te krijgen. Mudawi hekelt het regime in Khartoum openlijk, omwille van de verdeel en heers strategie die het land al zo lang in een oncontroleerbare cyclus van geweld stort: ‘De regerende en overheersende partij van president Bashir wil de macht behouden. Dat gaat dus niet samen met anderen hun rechten toekennen. Dat zal ook niet zomaar gebeuren. De claim van de andere regio’s zoals Darfur, Zuid-Soedan en Oost-Soedan dat ze gemarginaliseerd en vergeten worden door Khartoum, is terecht. Zij willen gelijke rechten, willen macht delen, willen dat er ook bij hen geïnvesteerd wordt…Dat betekent machtsverlies voor de huidige machthebbers.’

Maar niets veranderen, betekent ook machtsverlies, omdat dan bijvoorbeeld het streven naar onafhankelijkheid van Zuid-Soedan sterker zal worden, stelt Mudawi: ‘Het is een zeer kortzichtig beleid. Want je kunt wel een tijdje verdelen en heersen, maar als je dat te lang blijft doen, dan kun je de situatie op den duur niet meer managen. Je kunt al die verschillende milities en elkaar bestrijdende groepen niet meer controleren.’

Mudawi stelt dat de overheid koudweg Russische roulette speelt met de toekomst van heel Soedan: ‘De huidige situatie is heel, heel gevaarlijk. Ook voor de internationale gemeenschap. Dit gaat echt om een internationale veiligheidskwestie. Want als Soedan een chaotische ingestorte, falende staat zou worden, zoals Somalië, dan heeft dat enorme gevolgen voor de hele regio. Je krijgt automatisch de bemoeienis van allerlei groeperingen, er zullen fundamentalisten en verschillende landen met allemaal hun eigen agenda op af komen.Als Soedan door escalerend geweld instort, dan zal dat geweld niet aan de grenzen stoppen, het zal voort branden tot aan de oceaan en Europa zal er ook de gevolgen van dragen. Je krijgt allerlei reacties en gevolgen die velen nu niet eens kunnen overzien.’

Zie volledige interview met Mudawi Ibrahim Adam op www.mo.be of op deze website

Download dit artikel:Soedan is een labyrint

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.

© Hans van Scharen | contact |