De Dorst is Groot
Aman Iman, water is leven. Het is een populair gezegde in Niger en en alle landen van de regio met die onheilspellend klinkende naam Sahel. Voor dat water moet men in Niger ver en diep gaan. Een bericht over ‘s lands hoop in droge tijden.
Hans van Scharen
Gepubliceerd in MO, mei 2007
In de Sahara besef je dat tijd en ruimte rekbare begrippen zijn. Zeker in de zomer, als de verschroeiende zon alles doet smelten en stollen tegelijk. Elke keer als je denkt dat je je nu écht bevindt in het absolute niets, een totaal verlaten deel van deze beangstigend grote woestijn, waar leven quasi onmogelijk is, duikt er in de verte plots een dromedaris of een ezel op, even later gevolgd door enkele soortgenoten en vervolgens een of meerdere Touaregs. Mensen als woestijnbomen. Even taai, even bestand tegen de eenzaamheid, de droge en warme wind en al evenzeer vechtend tegen het constante gebrek aan water.
Niger, geldt volgens de VN-statistieken als armste land ter wereld. Men heeft er aan twee zaken géén gebrek: ruimte en zand. Bijna driekwart van dit enorme land bestaat uit verschillende soorten woestijn. Voor de rest is er een gebrek aan alles. De gemiddelde levensverwachting van de overwegend jonge bevolking is 49 jaar. Er wonen in totaal naar schatting 13 miljoen mensen, waarvan ruim 80 % op het platteland woont en ruim zestig procent leeft van (veel) minder dan een dollar per dag. In Niger overleven miljoenen mensen met praktisch niets. Maar zonder water overleeft zelfs de allerarmste, koppige overlever niet. Vooral in het droge seizoen – dat zich hoe langer hoe meer uitspreidt over het hele jaar en wanneer de temperatuur oploopt tot 45 graden - is water een constante zorg. Zonder water is het in de Sahel heel snel met je gedaan.
Als we even stoppen op een enorme vlakte – onderweg vanuit de provinciale hoofdstad Agadez richting de noordelijk gelegen ‘poort naar de woestijn’ – duiken plots, ook weer uit het niets, enkele kinderen op. Met een schoonheid waar menig fotomodel jaloers op zou zijn. Maar ook met dorst. Na het uitdelen van enkele meergranenkoekjes en snoepjes, gebaart het oudste meisje dat ze liever wat drinken zouden hebben.
Geen champagne voor deze fotomodellen, laat staan stromend water. Reizend door de Sahel, vraag je je voortdurend af hoe het kan dat mensen in deze ongenadige omgeving weten te overleven. Volgens Hassan Sanda van Unicef Niger heeft in de stedelijke gebieden zowat de helft van de mensen toegang tot drinkwater (dat betekent concreet één waterpunt per 250 mensen). Maar op het platteland is dat amper 13 procent.
In het ogenschijnlijk uitgestorven dorpje Amatartar – gelegen in de enorme regio Tchintabaraden – maken enkele vrouwen zich klaar om met hun ezels achttien kilometer verderop hun jerrycans met water te gaan vullen. En daarna weer achttien kilometer terug. De mannen trekken rond met het vee, hun enige bezit. Desondanks werd een schooltje gestart, in een veredelde hut. Maar daar komt inmiddels bijna geen kind meer: er zijn geen middelen om de school van eten en water te voorzien. En dus moeten de kinderen meehelpen in de dagelijkse overlevingsstrijd. Her en der getuigen verdroogde, traditionele waterputten van een harde realiteit.
In het Peul-dorp Ikadi, even verderop worden we als helden gastvrij ontvangen. Enkele meereizende leden van Unicef en Rotary België hebben beloofd om hier een nieuwe watervoorziening te financieren. Door tot op een diepte van 450 meter te boren moeten ze direct toegang tot drinkwater krijgen. Een waterput hebben ze verderop wel sinds 2001. Dat was ook het moment waarop de ongeveer duizend veehouders van Ikadi hun nomadenbestaan hebben opgegeven, vooral dankzij de aanhoudende droogte en het feit dat het steeds moeilijker werd om water te vinden. De gecementeerde waterput – gefinancierd door de overheid van Niger – voldoet niet. Ezels zijn minutenlang bezig om een waterzak omhoog te trekken. Wat bovenkomt is waterige, zwarte drap, op zijn best drinkwater voor het vee. Een moskee hebben ze hier wél: enkele stenen in het zand bakenen de plaats om te bidden af. Roumar Ayaha, burgemeester van de regio Tchintabaraden: ‘Als moslims wassen we ons hier met zand in plaats van met water. Dat is om te drinken. En dan zeggen sommigen dat we daarom slechte moslims zijn!’
Ayaha wijst naar een jongen en een meisje die ezels aansturen die water omhoog trekken. ‘Waarom sturen ze hen niet naar school?! Dit betekent het verlengen van de armoede problematiek. Want ze zetten nu alleen in op hun enige rijkdom: hun vee. Maar één ernstige droogte en ze zijn in één klap al hun rijkdom en buffer tegen honger kwijt. Alleen schoolgaande kinderen kunnen ontwikkeling brengen.’
Maar om kinderen naar school te laten gaan, heb je op zijn minst water nodig. Hassan Sanda: ‘Water is prioritair in elk ontwikkelingsprogramma. Als je hier op het vlak van gezondheid of onderwijs iets wilt bereiken, dan is water essentieel.’
De heilige pomp
Dat een lokale gemeenschap relatief welvarend kan leven, zien we in het dorp Kaou. Vol trots en in vol ornaat presenteert de gemeenschap – bestaande uit Touareg, Peul en Haussa – zich rond hun ‘miniwaterstation’. Sinds 2001 wordt hier water op een diepte van 446 meter opgepompt. Het water wordt deels opgevangen in een reservoir van 30 kubieke meter en via 3000 meter leidingen verdeeld over het dorp. Via negen verschillende verdeelpunten kunnen de in totaal 35.000 mensen zich bevoorraden.
Kosten: 45.000 euro, betaald mede door de EU. Vol trots stelt het beheerscomité van het dorp zich voor. Zij beheren de installaties en het geld. Het waterstation staat op de hoogste plek van het dorp, de waterpomp is als ware het een heiligdom omringd door een hekwerk. Elke maand legt het beheerscomité verantwoording af over de inkomsten uitgaven. ‘Er staat vijf miljoen CFA op de bank. Voor als er iets kapot gaat.’ Dat de pomp maar enkele uren per dag draait komt vooral door de dure benzine.
‘Vroeger moest ik elke dag zes kilometer lopen voor water,’ zegt Hadegatou, een oude Peul-vrouw, die met haar ezeltje opweg is naar een ‘fontein’. ‘Nu heb ik meer tijd voor andere dingen. Hoewel er hier soms ook wel lange wachttijden zijn hoor.’ Een kwartier later heeft ze haar jerrycans voor 15 CFA gevuld.
Per familie én hun vee is er gemiddeld 80 liter water beschikbaar (een Europeaan heeft gemiddeld 100 liter). Dat is niet veel, maar de toevoer is gegarandeerd en dat betekent bestaanszekerheid. Ook als de traditionele putten droogvallen, is er water. De lokale schooltjes draaien goed. ‘En de met gebrekkige hygiëne gerelateerde ziekten is gedaald,’ zegt de voorzitter trots. ‘In periode van droogte komen mensen uit de hele regio hier met hun vee naartoe. ’
Maar met 500 CFA per kubieke meter is het water in Kaou wel duur, stelt Abdel – onze Touareg-gids, die nog vocht met het FARS (Forces Armé Revolutionaire du Sahara): ‘In Agadez betalen we maar 125 CFA per kubieke meter. Als je weet dat mensen die geen werk hebben nog geen 50 CFA op een jaar verdienen.’ Net als enkele andere bronnen stelt Abdel dat corruptie en machtsmisbruik een groot probleem is: ‘Men spreekt sinds de verkiezingen wel over het decentraliseren van het bestuur en geeft meer macht aan gouverneurs en burgemeesters. Maar een goed menende burgemeester heeft onvoldoende middelen om zo’n groot gebied te controleren en te zien wat lokale chefs allemaal uitspoken.’
Zo essentieel een waterbron is voor overleven, zo groot is de macht die er aan ontleend kan worden. Abdel: ‘In de brousse geldt als regel dat zelfs al gaat hem om een publieke waterput, dan nog zal een lokale chef zijn macht doen gelden en een betaling eisen voor het gebruik, bijvoorbeeld een geit om de zoveel maanden (een geit brengt maximaal 15.000 CFA op). De chef doet regelmatig een cadeau aan de burgemeester, die op zijn beurt aan de gouverneur en die weer aan de minister. Al moet ik toegeven dat er heel langzaam iets begint te veranderen met de democratisering en decentralisering.’
Ook daarom zijn waterprojecten zoals in Kaou goed. Mits goed en transparant beheerd, doorbreken ze monopolieposities en machtsmisbruik.
Toegang
Zoals in zoveel plaatsen is een gebrek aan voedsel en water niet alleen een kwestie van voldoende aanbod, maar van onvoldoende toegang.
In de enorme regio Tchintabaraden wil de regionale overheid dat elke gemeenschap van 2000 inwoners een mini-waterstation zoals in Kaou krijgt. Dat betekent dat er op een, bevolking van twee miljoen zo’n 2000 van die stations moeten komen. Er zijn er momenteel 94 in de hele regio (113.000 vierkante kilometer). En dat is nog maar één regio. Het hele land is erg dorstig.
Het hele continent is dorstig: 350 miljoen Afrikanen hebben geen tot onvoldoende toegang tot drinkwater. De vraag is met het huidige tempo aan investeringen millenniumdoelstelling nr. 10 wel wordt gehaald? De World Water Council schat dat voor heel Afrika tussen de tien en dertig miljard dollar nodig zal zijn. Het weekblad Jeune Afrique becijferde dat het doel voor Afrika dus pas gehaald zal worden in 2080 en niet 2015.
Is het gevoel van urgentie in Niger zelf wel aanwezig? Verschillende gouverneurs en hun ‘hydraulische ambtenaren’ vertellen bijna gretig hoe er eigenlijk helemaal geen waterschaarste is. ‘We leven boven een oceaan van water. Maar liefst 1,3 miljard kubieke met water zit er in de verschillende geologische lagen, van 100 tot 800 meter diepte. Als we daarop kunnen aansluiten is het waterprobleem opgelost,’ klinkt het optimistisch. Maar dat boren en aansluiten kost dus veel geld.
En als ngo’s en de VN zoveel werk doen, wil dat dan niet zeggen dat de overheid teveel laat liggen? Hassan Sanda: ‘In Niger is er op het vlak van investeringen in water veel aan het gebeuren. Er worden veel fondsen vergaard en investeringen voorbereid. We zitten volop in een hervormingsproces. Als een lokaal of regionaal bestuur dan een beroep doet op ngo’s dan betekent dat niet meteen dat de staat níets doet. Er is een overheidsprogramma rond water, maar er is een gebrek aan geld.’ De president van Niger, Amadou Tandja, heeft een speciaal presidentieel programma van 5 miljard CFA, om de komende jaren in watervoorzieningen te investeren. Dat geld is vrijgekomen dankzij schuldsaneringen. Zal het genoeg zijn? Sanda: ‘Absoluut niet. In de regio Tahoua heeft pas de helft van de bevolking toegang tot drinkwater. Dus op dit moment zijn de behoeften enorm! Er zijn enorme investeringen nodig.’
Hakim, een tv-journbalist vertelt: ‘Er is kritiek op de centrale overheid die jarenlang te weinig investeerde in cruciale sectoren als water, gezondheidszorg en onderwijs. En nu, onder het mom van democratie, via decentralisering meer overlaat aan regionale besturen. Maar niet elk lokaal bestuur is in staat dit goed te beheren.’
De nationale overheid vroeg en kreeg intussen geld van internationale donoren als de Wereldbank, de African Development Bank, Frankrijk en China: tussen 2001 en 2008 zo’n 60 miljoen dollar. Veel geld, maar letterlijk druppels op een hete plaat. Bovendien onderzoekt de overheid momenteel de uitkomst van de conclusies van de ‘Nationale sociale dialoog’, waaronder dat privatiseringen in de watersector tot te hoge prijzen leiden.
Vandaar dat ook het geld en de expertise van relatief kleine donoren als Unicef en Rotary België met open armen worden ontvangen van burgemeester, gouverneur en sultan tot de gewone bevolking.
De vraag aan de gouverneur van de regio Tahoua en zijn medewerkers is of de centrale overheid wel voldoende investeert: ‘Ja, de overheid investeert wel al enkele jaren in de watersector. Maar u weet neem ik aan van de beperkte middelen van de overheid?’
Ontkennen dat Niger een armlastig land is, is als zeggen dat de Sahara een vochtige regio is. Maar het geklaag van de overheid over beperkte middelen moet men een korrel zout nemen. De vorige en huidige minister van Onderwijs kwamen enkele maanden geleden in opspraak omdat er 1,5 miljard CFA bestemd voor basisonderwijs is verdwenen. Directeur Mamane Abou en hoofdredacteur Oumarou Keita, van het blad Le Républicain, zitten in de gevangenis omdat ze over de affaire berichtten.
‘Het probleem van Niger is niet een gebrek aan middelen of hulpbronnen, maar vooral het corrupte en slechte beheer ervan,’ foetert Meriam, een vrouw die voor een internationale organisatie werkt en het ooit – dankzij hard knokken en werken – tot burgemeester schopte. ‘Ik verliet de politiek omdat ik gedegouteerd was. Iedereen zei me dat ik net als iedereen ook de cadeaus moest aanpakken. Maar dat vertikte ik.’
Klimaatverandering en conflicten
De overheid maakt best haast met zijn waterprogramma, want de VN voorspellen nog meer droogte. In grote delen van Niger valt gemiddeld 100 millimeter water per jaar. Door afnemende regenval mede als gevolg van klimaatverandering, rukt de woestijn met 6 kilometer per jaar op en bedreigt de toch al zwakke landbouw in het zuiden. De 4200 kilometer lange rivier de Niger – die de landbouw in tien landen moet bewateren – verdroogt op sommige plaatsen, ook al geen goed nieuws voor de voedselproductie. De oogst van graan, sorghum en zou de komende decennia kunnen dalen met een kwart tot driekwart als gevolg van klimaatverandering (verminderde regenval en opdrogende rivier de Niger), zo voorspelt het eind 2006 verschenen VN-rapport ‘Beyond scarcity, Power, poverty and the global water crisis’. En al is de ergste verschrikking van de hongersnood van 2005 voorbij, zo vertelt een Indiase arts in een centrum voor ondervoede kinderen, minstens de helft van de bevolking is nog steeds ondervoed. De komende maanden wordt opnieuw gevreesd voor hongersnood, al ontkent de overheid dat in alle toonaarden.
De VN waarschuwden in april dat de Sahel grote periodes van drogote zal kennen. Maar dat weten ze hier al lang. Issouf Maha, ‘burgemeester’ van de enorme regio Tchirozerine: ‘Elke tien jaar hebben we een grote droogte. Maar door de klimaatverandering staat alles op zijn kop. De watervoorraden op relatieve diepte drogen uit. Voor onze toekomst zijn we aangewezen op diepe watervoorraden.’
Begin april werden vijf vredessoldaten van de Afrikaanse Unie in Sudan doodgeschoten. Ze bewaakten een waterput vlakbij de grens met Tsjaad. Controle over grond en water en conflicten tussen nomadische veetelers en boeren is een onderliggende kwestie in het verwoestende Sudanese conflict. Sommige waarnemers vrezen dat soortgelijke conflicten ook in andere Sahellanden kunnen ontstaan. En als het probleem van toegang tot water de komende jaren niet beter beheerd wordt, dan riskeert ook Niger grote burgerconflicten zoals in Tsjaad of Sudan.
Issouf Maha: ‘Door de bevolkingsgroei neemt de druk op de natuurlijke hulpbronnen toe.
En dat leidt tot conflicten. Er was een traditioneel evenwicht tussen de nomadische veetelers van het noorden de landbouwers van het zuiden. De eersten trokken met karavanen naar het zuiden en leverden zout, mest, melk en vlees, in ruil voor andere voedselproducten. Nu is er door grondschaarste druk vanuit het zuiden, hetgeen tot problemen leidt voor de Peul en Touareg in het noorden. In tijden van droogte trekken zij juist naar het Zuiden op zoek naar water.’
Hopelijk is de overheid in de hoofdstad Niamey voldoende doordrongen van de urgentie.
‘Bijna alle ruzies en conflicten die we hier meemaken hebben betrekking op de controle van waterbronnen,’ zegt Abdel.
We zijn er op een avond zelf getuige van nabij het dorpje Chikat in de regio Tchintabaraden. De Unicef-delegatie bezoekt een vlakte waar men een drinkwaterbron wil realiseren. Maar bij een vlakbij gelegen drinkwaterplaats voor vee ontspint zich al snel een verhitte discussie met de privé-eigenaar en zijn medestanders. Deze man ziet het totaal niet zitten dat hij zijn monopolie kwijt zou raken, door een publieke waterput. De sfeer wordt grimmig. ‘Ik sterf nog liever strijdend dan dat ik een nieuwe waterput toelaat,’ werpt struise eigenaar de Unicef-mensen toe. ‘Water behoort iedereen toe. U gedraagt zich tamelijk egoïstisch,’ werpt één van hen de privé-eigenaar toe. Het kamp dat op de vlakte was opgeslagen wordt ijlings weer afgebroken. VN-veiligheidsvoorschriften heet het officieel. Maar achteraf blijkt dat de privé-eigenaar nu moreel onder druk staat: want hij heeft de streek ten schande gemaakt door ons geen gastvrijheid te verlenen.
Sanda: ‘Deze privé-eigenaar gedraagt zich als een kleine ‘Lyonnaise des Eaux’ (Groep Suez, hvs). Gezien onze beperkte financiële middelen, leggen we liever een nieuwe waterput in een plaatsje als Amatartar aan.’
